top of page

In gesprek met...

Merel Coster

Celliste Jeugdorkest Nederland

04. Merel Coster, celliste JON.jpeg

Merel speelt op 'een kleine hele'

“Het programma van het Jeugdorkest Nederland is erg leuk en gevarieerd. Het beginstuk, Down the Rabbit-Hole, is een heel modern stuk, waarbij ik met een plectrum over de snaren ga. Daarna volgt het Pianoconcert nr. 2 van Rachmaninoff. Dat is ook heel erg mooi. Heel bijzonder is ook het stuk van Berlioz. Daarin wordt nauwelijks vibrato gebruikt. Berlioz gold in zijn tijd als heel vooruitstrevend.”

Merel Coster kan iedereen het slotconcert van 23 juli in de Sint-Jan van harte aanbevelen. Merel (19) spreekt uit ervaring. Ze speelt in het Jeugdorkest cello. Ze bespeelt het instrument al sinds haar vierde. “Ik speelde eerst piano. Dan moet je dus veel oefenen. Daar had ik geen zin in.” Toen werd het ‘dus’ de cello. Een vriend van de familie die cello speelde, bracht haar op het idee. “Ik mocht op zijn instrument zelf de strijkstok heen en weer bewegen. Die strijkstokbeweging langs die snaren vond ik toen zo mooi. Dat enthousiasmeerde me”, vertelt Merel. “Maar toen kwam ik er dus ook al snel achter dat je ook bij dat instrument heel veel moest oefenen….”

Een uitdagend instrument

Een cello is wat dat betreft een behoorlijk uitdagend instrument, dat je echt moet verkennen en leren kennen om de noten goed te kunnen spelen. “Je moet eerst zelf het gevoel ontwikkelen waar de juiste noten op het instrument zitten, want je hebt verder geen vast aanknopingspunt daarvoor. Daardoor is er op een cello ook altijd een grotere kans dat je vals speelt.” In de beginjaren werkte Merel daarom met plakkertjes als geheugensteun voor de plek met de precieze noot.

Een cello heeft bovendien een heel grote toets, wat het ook al niet gemakkelijker maakt. Je armlengte en je postuur zijn dan ook maatgevend voor het type cello dat je kunt bespelen. “Je groeit als het ware door de maten van het instrument heen”, aldus Merel. Merel begon toen ze jong was op een zogeheten 1/10 maat cello, de op één na kleinste maat en geschikt voor kinderen van 4 tot 6. Daarna werd het een kwartcello. Die is voor 6- tot 8-jarigen. Inmiddels speelt ze op de 4/4 maat, de hele maat. Die heeft ook het meeste klankvolume. De halve cello (voor 8- tot 12-jarigen) heeft ze overgeslagen.

Merel speelt nu op ‘een kleine hele’. “Hij is iets minder breed. Hij weegt ook minder dan de grote hele. Ook dat is fijn.”

Favoriete muziek

De muziekstukken van het concert in de Sint-Jan behoren tot Merels favorietere stukken om te spelen, vertelt ze. Merel speelt het liefst muziek uit de romantische periode en van twintigste-eeuwers als Shostakovitsh en Rachmaninoff. “De cello heeft in muziek uit latere periodes vaak meer melodieuze lijnen. Dat vind ik erg leuk om te spelen.”

Merel speelt al sinds haar veertiende bij het JON. Dat betekent twee tours per jaar, eentje door Nederland en eentje – in de zomermaanden - naar het buitenland. Het heeft haar optredens gebracht in Italië (Florence), Duitsland, Luxemburg en Tsjechië. Dit jaar komt daar opnieuw Luxemburg bij.

Speelplezier

Samenspelen in een orkest moet je echt leren, zegt Merel. “Je moet met honderdduizend dingen rekening houden. Je moet goed aftellen en goed letten op de dirigent en kijken naar je medespelers. Bij mijn eerste keer in het orkest wist ik niet hoe je de lessenaar moet opzetten bijvoorbeeld. Dat heb ik daarna bij wijze van grap nog vaak te horen gekregen.”

Extra meevaller: Merel komt uit een muzikale familie. Haar vader speelt piano, haar moeder speelt dwarsfluit en zingt in een koor. Dat haar vader piano speelt, is heel handig met oefenen. “Bachs solosuites bijvoorbeeld speel je als cello helemaal alleen. Maar als je een ander stuk wilt spelen, komt daar bijna altijd een orkest- of pianobegeleiding bij kijken. Dan is het fijn om met papa te kunnen repeteren en optreden, omdat het anders incompleet klinkt.” 

04. Merel Coster met het JON, Merel zit met haar cello vooraan, tweede van rechts..jpeg

Merel Coster met het JON, Merel zit met haar cello vooraan (tweede van rechts)

Hard werken

Merel vervolgt: “Spelen in het JON is heel erg gaaf. Ieder jaar is de samenstelling van het orkest anders, omdat er steeds nieuwe musici bijkomen en andere weggaan.”

Intensief is het ook. De voorbereiding op een tournee is een verhaal op zich. Eerst worden de stukken thuis intensief ingestudeerd. Daarna volgt een repetitieweekeinde en volgt voorafgaand aan de start van een tournee een vijfdaagse repetitieweek met elke dag van 9.30 uur tot 22.30 uur negen uur repeteren in drie blokken van elk drie uur met tussenpauze. Een pittige werkdag. “Blazers hebben op zo’n dag nog wel eens rust tussendoor, maar als strijker ben je negen uur bezig. Je moet dus heel goed op je lichaamshouding letten”, aldus Merel. Tussendoor en na de repetitie is er overigens ook tijd voor gewoon gezellig en ontspannen samen zijn. Na die werkweek is er alleen nog maar een korte podiumrepetitie op de speeldag zelf. Daarna is het ‘knallen’ voor publiek.

 

Zeer hoog niveau

Het resultaat van al dat harde werken is ernaar. “Jurjen (Hempel), onze dirigent, weet ons in vijf dagen naar een zeer hoog niveau en grote samenhang in het orkest te brengen”, zegt Merel.

In het JON spelen veel musici die aan het conservatorium studeren of die dat willen gaan doen. Merel studeert natuur- en sterrenkunde in Utrecht. Een professionele muziekcarrière ambieert ze niet, “ook al is het heel erg gaaf, want er wordt heel serieus met de muziek omgegaan en er is genoeg ruimte voor grappen en grollen. Maar ik vind het ook leuk om andere dingen te doen.”

Tekst: Ton Schönwetter

bottom of page