In gesprek met...
Diego de la Cruz Tortosa
Violist Jeugdorkest Nederland

De tournee begint in Gouda
Het Pianofestival heeft dit jaar een bijzondere première. De tournee van het Jeugdorkest Nederland begint dit jaar in de Goudse Sint-Janskerk. Het is de eerste keer dat het JON Gouda aandoet. En het wordt een heel bijzonder concert. “Het JON speelt stukken die geen ander jeugdorkest in Nederland speelt”, aldus Diego de la Cruz Tortosa.
Diego speelt bij het JON eerste viool. Maar dat is op zich niets bijzonders, relativeert hij zijn positie in het orkest. “Ik hoort wel eens een discussie over wie belangrijker is in een orkest: de eerste of de tweede viool”, vertelt Diego. “Eerste violen zetten boven alles een melodielijn en hoeven alleen maar naar de dirigent te kijken. Als je dat doet, kun je hele mooie melodieën spelen. De tweede viool en altviool spelen is veel moeilijker en uitdagender, want om goed te spelen moet je niet alleen goed naar de dirigent kijken, maar ook goed letten op je medespelers, meetellen en op tijd inzetten. Ik heb daarom in een ander orkest wel eens geweigerd om eerste viool te spelen. De eerste viool is eigenlijk een van de minst belangrijke instrumenten.”
Speelplezier
“Je moet als speler in een orkest de ene tel duidelijk kunnen onderscheiden van de volgende”, gaat Diego verder. De duidelijkheid van de dirigent is bepalend voor het resultaat. “Onze dirigent (Jurjen Hempel) kan heel goed verwoorden wat hij precies wil. Jurjen dirigeert heel duidelijk. Iedere speler kan uit zijn bewegingen heel goed afleiden wat hij precies wil.” Het gaat daarbij om ritme en timing, maar ook om hard en zacht spelen.
Voor Diego is dit zijn eerste jaar bij het JON. Hij werd getriggerd door schoolgenoten die in het orkest spelen en hebben gespeeld. “Het JON is een heel erg leuk en gezellig orkest om in te spelen”, gaat Diego verder. “Jurjen laat de muziek in de repetities luchtig en aardig klinken. Hij is heel aardig en heel grappig. En soms streng, maar niet onaangenaam streng. Toscanini bijvoorbeeld was én heel streng én onaangenaam. Dat is niet fijn spelen.”
Een meedogenloos instrument
“De techniek van de viool is meedogenloos. Je moet een stuk zo goed instuderen en internaliseren dat het perfect gaat, maar dat lukt niet altijd. Je moet niet bang zijn om een fout te maken”, aldus Diego. In een orkest valt zoiets minder op dan als je solo speelt. “Als je solo speelt, heb je altijd de stress dat je een fout gaat maken. In een orkest heb je dat veel minder. Je maakt ze ook veel minder gemakkelijk, omdat je samenspeelt en op elkaar let”, zegt hij.
“Om te spelen is eigenlijk alle muziek leuk. Bach, maar ook Schönberg en Shostakovitch”, aldus Diego. Bij het luisteren naar muziek voor zijn ontspanning echter heeft hij een uitgesproken voorkeur. “Barok en klassiek is leuk om te spelen, maar niet zo interessant om naar te luisteren. Dan vind ik bijvoorbeeld moderne componisten als Britten, Poulenc en Shostakovitch veel interessanter.”

Diego en het JON (Diego rechts met vlinderdas, naast hem dirigent Jurjen Hempel)
Veel studeren
Diego speelt op schooldagen gemiddeld zo’n twee uur per dag viool. Op vrije dagen kan dat gemakkelijk oplopen tot drie, vier, vijf uur. “Het hangt ervan af hoe snel ik leer en of ik er veel zin in heb. Tijd zegt niet zoveel”, vertelt hij. “De een leert iets in een uur. De ander heeft vijf, zes uur nodig. De een studeert rustiger dan de ander. En het hangt ook van je concentratie af. Het is net als met leren voor school: als je niet geconcentreerd bent, heb je meer tijd nodig.”
Zijn viool is een instrument uit de vorige eeuw dat hij in bruikleen heeft van het Muziekinstrumentenfonds. “Deze viool ligt mij het beste. Ik heb hem vooraf getest in een lege concertzaal. De klank van een viool moet zaalvullend zijn. Hij moet niet te luid klinken en je moet goed kunnen afwisselen in dynamiek en klankkleur. Deze heeft dat”, vertelt hij.
Conservatorium
Diego (17) speelt al viool vanaf zijn vijfde. Hij werd door zijn ouders meteen ook aangemeld op het Koninklijk Conservatorium in Den Haag, waar hij startte in een kleuterprogramma van het conservatorium om de basis van vioolspelen goed onder de knie te krijgen. Daarna stroomde hij verder door in de opleiding. Ook zijn broer en zus zaten op het conservatorium. De liefde voor muziek zit ‘in de genen’. Diego’s opa was professioneel trompettist.
Inmiddels is Diego bezig met zijn laatste middelbare schooljaar. Daarna gaat hij een bachelor volgen aan het conservatorium. Wat hij later in de muziek wil doen, is nog niet helemaal duidelijk. “Ik vind een baan als violist bij een orkest leuk, maar spelen in een ensemble ook”, vertelt hij. In ieder geval wil hij ook de opleiding orkestdirectie doen, want ook het dirigentschap trekt. Wat hem daarin aantrekt? “Een dirigent bespeelt één instrument: het orkest. Je bent communicatiemiddel naar het publiek. Je moet inzicht hebben in de muzikale mogelijkheden van elk afzonderlijk instrument.”
Sint-Jan
Diego speelt in twee verschillende orkesten en speelt ‘van kerk tot concertzaal’. Spelen in een kerk is vaak een zeer moeilijke opgave voor een orkest. “Elke kerk klinkt anders. Sommige kerken galmen heel erg. Dan is het heel moeilijk spelen, omdat je daardoor de instrumenten niet goed uit elkaar kunt houden. Dat is heel storend. In de Nieuwe Kerk in Den Haag bijvoorbeeld hebben ze goede aanpassingen gedaan om dat tegen te gaan.” In de Sint-Jan is de akoestiek overigens goed.
Na Gouda gaat het Jeugdorkest door naar andere plaatsen in Nederland en naar Luxemburg en Duitsland. De tournee eindigt op 30 juli in het Concertgebouw in Amsterdam.
Tekst: Ton Schönwetter
